Woningwet op Weg

Het ministerie van BZK organiseert een serie regionale bijeenkomsten in september en oktober voor én met organisaties die met de nieuwe Woningwet aan de slag gaan. Huurdersorganisaties zijn daarvoor van harte uitgenodigd. Deelname is gratis.

Huurdersorganisaties die het fijne willen weten van de invoering van de Woningwet 2015, prestatieafspraken, corporatiefinanciën of de rol van huurders, kunnen zich aanmelden voor een van de (middag)bijeenkomsten in Zwolle (17 september), Eindhoven (30 september), Haarlem (14 oktober) of Dordrecht (28 oktober).

De bijeenkomsten zijn gericht op wethouders, beleidsmedewerkers, projectleiders, directeurbestuurders, managers, huurders en hun vertegenwoordigers, toezichthouders, financieel experts en investeerders, kortom iedereen die met de Woningwet uit de voeten moet kunnen.

Implementatie Woningwet 2015

Woningwet op Weg is een initiatief van het ministerie van BZK en opgezet met de Woonbond, Aedes en VNG. Het project is onderdeel van de implementatie van de Woningwet 2015. De Woningwet op Weg bijeenkomsten richten zich op uitwisseling van praktijkervaringen. Er zijn medewerkers van het ministerie van BZK, de Woonbond, Aedes, VNG en andere experts aanwezig om vragen te beantwoorden.

Rondetafelgesprek

Anne-Jo Visser, programmamanager Wonen van Platform 31 gaat in gesprek met landelijke en lokale spelers. Vaste gast aan tafel is Erik Jan van Kempen, directeur Woningmarkt en waarnemend DG Wonen en Bouwen van het ministerie van BZK.

Workshops

Het programma van de middag omvat praktische workshops en een rondetafelgesprek over de invoering van de wet. Bijvoorbeeld over hoe de voorbereidingen lopen op het maken van prestatieafspraken en wat de lokale en regionale woningmarkt vraagstukken zijn die nu de meeste aandacht vragen.

Aanmelden per locatie

Op woningwetopweg.nl treft u per locatie de meest actuele informatie over het programma en de sprekers en kunt u zich aanmelden.

Lage inkomens betalen relatief veel aan woonlasten

Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat bijna 40 % van de uitgaven bij lage inkomens bestaat uit woonlasten.

Het betreft een gemiddelde dus zal een aanzienlijk deel van deze groep met lage inkomens boven de 40 % uitkomen. Volgens de Woonbond blijkt hieruit eens te meer dat er een einde moet komen aan de enorme stijging van de huren.

De afgelopen jaren zijn de huren zo’n 12 % gestegen en is de koopkracht gedaald. De Woonbond wil dat hier een eind aan komt en heeft daarom met corporatiekoepel Aedes een akkoord bereikt, waarmee de huurstijgingen worden beperkt. De huursom van een corporatie kan dan gemiddeld nog 1% boven inflatie stijgen. ‘Mensen met een lager inkomen wonen vaak in een huurwoning. Zij zijn dan ook hard geraakt door de enorme huurstijgingen de afgelopen jaren,’ aldus woonbonddirecteur Ronald Paping. ‘Met het sociaal huurakkoord komt er een rem op de enorme stijgingen, en verbetert de koopkracht van huurders ten opzichte van het huidige beleid.’

Minister Blok heeft laten weten het huurakkoord deels te omarmen. Wel wil hij een uitzondering voor particuliere aanbieders in de gereguleerde huursector. Zij mogen de huren met maximaal 2,5 % verhogen. De Woonbond is hier op tegen. Paping: ‘Het is willekeur als de huurverhoging die de huurder moet betalen afhangt van wie de huurwoning bezit. Daarnaast betalen huurders bij particulieren vaak al relatief veel.’

Zie ook:

Huren veel duurder dan kopen

Huishoudens die nu een huis willen huren zijn vrijwel overal in Nederland (veel) duurder uit dan huizenkopers. Dat geldt zeker voor de vrije huursector, maar ook in de sociale sector betalen huurders in veruit de meeste regio’s meer dan kopers. In sommige regio’s zelfs tweemaal zoveel.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Volkskrant. De krant, die hierover vandaag uitgebreid bericht, maakte daarvoor onder meer gebruik van gegevens die de redactie van de Woonbond eerder dit jaar verzamelde.

De Volkskrant vergeleek de woonuitgaven van huurders en kopers in 21 steden en regio’s. In totaal werden de gegevens van 80.000 recentelijk aangeboden woningen verzameld. Voor huurders in de sociale sector is Amersfoort de duurste gemeente om te gaan huren. Voor een eengezinswoning betalen ze gemiddeld € 11,70 kale huur per m2 en voor een appartement € 13,60 per m2. Eemvallei staat op de tweede plaats met respectievelijk € 11,- en € 12,30 per m2. In de vrije sector zijn huurders in de meeste regio’s nog veel duurder uit. De kroon spant Amsterdam waar een eengezinswoning gemiddeld € 22,20 huur per m2 kost en een appartement € 20,40. Ook Leiden, Groningen en Utrecht zijn dure steden voor huurders die zijn aangewezen op de vrije sector, met huren boven € 18,- per m2. De oorzaak is de enorme woningnood die de huren in de vrije sector tot grote hoogte opdrijft. Maar er zijn ook plaatsen en regio’s zonder woningschaarste waar de huren in de sociale sector zelfs hoger liggen dan in de vrije sector, met name in Limburg en Almere.

Omgekeerd Robin Hood-effect

Op Amsterdam na zijn nieuwe huizenkopers overal goedkoper uit dan nieuwe huurders. In Groningen en de Randstad het verschil zelfs een factor 2. Hoogleraar Peter Boelhouwer toont zich in de Volkskant niet verbaasd. ‘De laatste jaren zijn de directe woonuitgaven van kopers behoorlijk afgenomen.’ Woningcorporaties hebben de huren, vooral bij nieuwe verhuringen, daarentegen de laatste jaren fors verhoogd, mede onder druk van de verhuurdersheffing, een miljardenbelasting die eenzijdig wordt betaald door (ver)huurders.

Woonbonddirecteur Ronald Paping spreekt van ‘cynische cijfers’. Hij vindt dat er sprake is van een ‘omgekeerd Robin Hood-effect, waarbij arme huurders veel meer betalen voor wonen dan kopers en soms zelfs rijke huurders.’

Zie ook:

Nieuwe Woningwet van kracht

Gisteren is de nieuwe Woningwet ingegaan. Door de nieuwe wet krijgen huurdersorganisaties meer te zeggen over het lokale woonbeleid.

Huurdersorganisaties krijgen een plek als volwaardig partner bij het maken van prestatieafspraken met gemeenten en woningcorporaties.Dat geeft huurdersorganisaties veel meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op beslissingen die huurders raken, zoals het aanbod van betaalbare huurwoningen of energiebesparing.

Huurdersorganisaties van corporaties krijgen ook instemmingsrecht bij fusies en verbindingen. De huurdersorganisatie heeft het recht om ten minste eenderde van het aantal commissarissen voor te dragen voor de Raad van Toezicht. Deze voordracht is bindend. Verder zijn de faciliteiten voor huurdersorganisaties verbeterd, zoals het kunnen inhuren van een externe deskundige en het recht op minimaal drie dagen scholing per jaar. Huurders krijgen door al deze wijzigingen een stevigere positie in het overleg met de corporatie over het beleid.

Passend toewijzen

Een andere belangrijke wijziging voor corporaties is die van het passend toewijzen. Vanaf 2016 moeten corporaties ervoor zorgen dat ze aan ten minste 95% van de huishoudens die recht hebben op huurtoeslag en die zij in dat jaar een woning toewijzen een huurprijs rekenen tot aan de aftoppingsgrens. De aftoppingsgrens is het maximumbedrag waarover de huurtoeslag wordt berekend: voor een- en tweepersoonshuishoudens € 575,87, voor meerpersoonshuishoudens € 618,24.

Informatie voor huurdersorganisaties

De Woonbond heeft ook diverse brochures uitgebracht om huurdersorganisaties voor te lichten over de nieuwe Woningwet en het maken van prestatieafspraken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de website Woningwet2015.nl in het leven geroepen om huurders, gemeenten en corporaties te informeren.

Huurders laten zich horen op BZK-congres

Het congres ‘Woningwet op Weg’ georganiseerd door het ministerie van BZK is gisteren goed bezocht door huurders. Minister Blok opende het congres over de nieuwe Woningwet die per 1 juli van kracht wordt. Het congres was bedoeld om ‘samen de eerste stappen te maken naar een woningmarkt die weer als een markt werkt.’

Met de Woningwet 2015 wordt het speelveld voor woningcorporaties ingeperkt en worden de afspraken over volkshuisvesting lokaal gemaakt. Huurdersorganisaties krijgen daar meer over te zeggen. Daarnaast creëert de Woningwet 2015 meer ruimte voor marktpartijen om een grotere rol te spelen in de (vrije) huursector in Nederland.

Marktpartijen, zoals de institutionele beleggers verenigd in de IVBN en de vastgoedbeleggingspoot van Syntrus Achmea, maakten dan ook nadrukkelijk onderdeel uit van het ochtendprogramma. In een plenaire discussie confronteerde Woonbonddirecteur Ronald Paping de IVBN met dat zij ook als marktpartijen goed zullen moeten samenwerken met huurders. En dat het daar momenteel helaas vaak aan schort. Frank van Blokland, directeur van de IVBN, was het met dat laatste niet eens.

Voorbereid op weg

Veel huurders, gemeenten, woningcorporaties en anderen zijn al een tijd bezig om zich voor te bereiden op de Woningwet 2015. Het congres liet aan de hand van een virtuele tour zien wat hun ervaringen zijn en waar zij tegenaan lopen. SP-wethouder Paulus Jansen gaf zijn visie op de betekenis van de Woningwet voor zijn stad Utrecht. En de kwartiermaker van de nieuwe Woonautoriteit Jacqueline Lamé, gaf een kijkje in de keuken van deze nieuwe toezichthouder.

Huurders aan het woord

Het congres is bezocht door enkele honderden mensen, een mix van medewerkers van woningcorporaties en gemeenten, commerciële verhuurders, beleidsmedewerkers, politici, ambtenaren en veel huurders. ‘Het is goed dat BZK dit organiseert’, zei een van de aanwezige huurders, ‘zo met alle partijen bij elkaar.’ Huurders lieten veelvuldig van zich horen tijdens de workshops in het middagprogramma over onder andere prestatieafspraken, de rol van huurders in de Woningwet, volkshuisvesting nieuwe stijl, corporatiefinanciën en wonen in zelfbeheer (de wooncoöperatie).

Prestatieafspraken

In de workshop over prestatieafspraken kwamen huurders meteen met concrete vragen waar nog niemand echt een antwoord op had. Duidelijk werd dat er een tijd overheen zal gaan, misschien een jaar of twee, voordat het proces van het gezamenlijk prestatieafspraken maken, soepel begint te lopen. Het is van belang dat huurders, gemeenten en woningcorporaties daarbij op zoek gaan naar een goede samenwerking, in plaats van op de wettelijke procedures en termijnen te hameren.

De wooncoöperatie

De Woningwet 2015 geeft huurders voor het eerst het recht om het initiatief te nemen om een wooncoöperatie op te richten. Zij kunnen (minimaal vijf) huurwoningen van een woningcorporatie overnemen of in beheer nemen en krijgen zes maanden de tijd (en een bijdrage van € 5000,-) om een businessplan daartoe op te stellen. In een workshop over dit onderwerp bleek dat ook hier de prestatieafspraken van belang zijn.

Geschilbeslechting

Een woningcorporatie is op grond van de Woningwet namelijk wel verplicht om een bewonersinitiatief dat een wooncoöperatie wil starten de kans te geven dat te onderzoeken. Maar zij is niet verplicht om woningen aan een wooncoöperatie te verkopen of in beheer te geven, Ook niet als de initiatiefnemers met een haalbaar businessplan komen. De Woningwet voorziet niet in geschilbeslechting op dit gebied. Alleen als in de prestatieafspraken of een woonvisie van de gemeente is opgenomen dat er ruimte moet komen voor wooncoöperaties, kan de gemeente hierin bemiddelen.